Na de afscheiding van België in 1830 begon Nederland met de bouw van kustforten op
beide Westerscheldeoevers.
Het doel hiervan was de vaarweg naar Antwerpen te beheersen en de marinebasis en
handelsstad Vlissingen te beschermen.
In het grensgebied werden troepen gelegerd.
Terneuzen werd tussen 1833 en 1839 met vestingwerken omgeven.

 

 

Tweede stelling

Pal tegenover Terneuzen werd op de noordelijke Westerscheldeoever aan de zuidkant van de Ellewoutsdijkpolder in 1835 begonnen met de bouw van fort Ellewoutsdijk. Samen met Terneuzen vormde Ellewoutsdijk een tweede stelling ter beheersing van de Westerschelde. De eerste stelling lag bij het verder stroomopwaarts gelegen fort Bath.

Omdat de voorliggende zeedijk bij fort Ellewoutsdijk ten gevolge van het vuurbereik vanuit het fort bewust laag was gehouden werd uit voorzorg een inlaagdijk aangelegd.
Binnenplaats van Fort Ellewoutsdijk op het einde van de oorlog in 1945 (ZDC) 

Bomvrij

Het fort werd gebouwd in de vorm van een zeshoek en was volledig omgracht. Aan de buitenzijde is het vestingwerk 80 meter breed en 110 meter lang. De buitenmuren die rechtstreeks uit het water oprijzen zijn tien meter hoog. In het muurwerk aan de zeezijde bevinden zich negentien rechthoekige bomvrije ruimten die voorzien zijn van in zwaar metselwerk uitgevoerde tongewelven. Bovenop de gewelven is twee meter grondbedekking aangebracht. Daarbovenop lag oorspronkelijk een aarden borstwering waarachter de kanonnen stonden opgesteld. Vóór de uitvinding van het getrokken geschut en de brisantgranaat was fort Ellewoutsdijk bomvrij. In totaal konden er 500 manschappen in het fort gelegerd worden.

Na 1839

Nederland en België gingen na 1839 een neutraliteitspolitiek voeren. In 1918 werden de laatste kanonnen uit het fort verwijderd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben de Duitsers het fort weer in gebruik genomen. Aan de westzijde van het vestingwerk werd een mitrailleurbunker gebouwd.
 
 
Portfolio: Tabitha
 
(bron: Geschiedenis Zeeland)